Ik zie je nooit echt.
Ik voel je alleen.
Bij weerstand voeren we een gevecht.
Je duwt me ergens heen.
Je veroorzaakt beweging.
Bomen wuiven hun toppen.
Ik trap er elke keer weer in.
Je blijft mij maar foppen.
Spieren spannen zich in elk bovenbeen.
Waar wil je toch naar toe?
Soms voel je als een muur van steen.
Nog net geen gevecht, ik ben al doodmoe.
Ik kan niet tegen je vechten.
Je bent een vast gegeven.
Ik hoor alleen mijn eigen bekvechten.
Jij doet niets anders dan uitleven.
Geef me even dat korte moment.
Geef me even die rust.
Denk mee, wees een vent.
Denk mee, blaas daarna vol hartelust.